Maand: juli 2016

Plant van de Maand Juli 2016 : Verbena ‘Lavender Spires’

Vorige week sprak ik reeds over Verbena bonariensis, vandaag is Verbena ‘Lavender Spires’ mijn plant van de maand juli.  Deze plant is een kruising ontdekt door Marina Christopher, en kocht ik vorig jaar aan tijdens de tuindagen van Beervelde. De plant zou volledig winterhard zijn. De plant is enorm transparant (meer nog dan Verbena bonariensis); en geeft een sterk verticaal effect. De aartjes bloeien van onder naar boven in ringen, zodat er op iedere aar steeds 4 tot 6 bloemen in bloei staan. Een groot voordeel van deze plant: het is een fertiele plant. Terwijl zaailingen verbena bonariensis wieden zowat een dagelijks bezigheid is (duizenden zaailingen worden hier ieder jaar opnieuw gewied), geeft deze V. hastata dat probleem dus niet. De plant is wel erg makkelijk te vermeerderen, uit 15 stekken kweekte ik 14 jonge planten op. Ik maak wat meer plaats voor deze schoonheid, ik denk dat ze pas echt tot haar recht komt wanneer ik er een groot veld van aanplant.

Fotoverhaal van de week 31 : Stoomtrein

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info. Vivarais is een streek in de Ardêche. Op de chemin de fer du vivarais rijdt nog steeds een stoomtrein. Dat heeft blijkbaar aantrekkingskracht bij veel mensen. Vraag me niet waarom, zelf haat ik die dingen, we zijn met reden overgestapt naar elektrische en diesellocomotieven (de stank wanneer je op een stoomtrein zit is gewoon niet te harden). Zeker wanneer, je zoals op deze trip, door een aantal redelijk lange tunnels moet rijden. Maar wij moesten die dag dus de trein nemen, als onderdeel van onze fietstocht doorheen de Ardêche. Gelukkig wordt de stoomlocomotief nog slechts enkele keren per week ingezet, en reden wij met een iets modernere locomotief.   

Niet helemaal zoals gepland

In mijn tuinplan voorzag ik aan de westerzijde van de woning een ‘vlindertuin’. Een tuin vol drachtplanten voor onze gevleugelde vrienden. Na vele uren opzoekwerk via Google, observaties in andere tuinen en tuincentra werd een selectie planten aangeplant die van dit stukje tuin een absoluut vlinderparadijs zouden maken. De border aan de andere kant van de woning, langs de “oprit”, was één van de laatste stukjes tuin die ik aanplantte. Om niet teveel werk te hebben aan dit stuk tuin werden vooral flinke groeiers aangewend in dit gedeelte van de tuin, met enkele grote velden ‘Verbena bonariensis’. Lekker makkelijk en weinig gedoe. Dit stukje tuin, op  aan de oosterzijde van de woning, baadt van ’s morgens vroeg tot in de vroege namiddag in de zon. De ‘officiële’ vlindertuin een beetje later. En zo is het stukje border naast de oprit een veel betere vlindertuin dan de tuin die ik die naam gaf. Niet alleen door de extra zon, maar waarschijnlijk ook door de uitbundige aanwezigheid van Verbena bonariensis.

Bezoek

Ook al ben ik in vergelijking met andere ecologische tuiniers nog iemand die af en toe flink wiedt in zijn tuin, toch laat ik sommige onbekende zaailingen staan, uit nieuwsgierigheid. Zo had ik vorig jaar deze mooie distel in de insectenborder staan. Ondertussen begint de plant op verschillende plekken iets te enthousiast uit te breiden naar mijn zin, maar dat zijn probleem die makkelijk op te lossen zijn. Met een beetje opzoekingswerk kom ik tot de conclusie dat dit de Gewone klit ( Arctium minus) is. Blijkbaar een goede drachtplanten voor vlinders, zweefvliegen en vlinders. ’t Leven kan soms eenvoudig zijn.

Fotoverhaal van de week 34: Leuven @scene

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info. Leuven@scene. Patrice Warrener verlicht het stadshuis van Leuven. Zelf vind ik deze detailfoto beter dan de foto’s die het geheel tonen.

Distelvlinder

Op dit ogenblik vormen zijn de Distelvlinders zonder enige twijfel in de meerderheid in de Fruitberg. Niet in de grote getale die ik zag tijdens de open tuindagen (18 exemplaren) , maar ik zie nu soms tot een tiental van deze vlinders in de tuin. Deze vlinder plant zich niet voort in onze streek, maar is afkomstig uit het Zuiden. De aanwezigheid van dit diertje hangt van jaar tot jaar af, sommige goeden jaren worden afgewisseld met jaren zonder distelvlinders.

Orega – no

Oreganum vulgare is volgens veel mensen één van de beste vlinderlokkende planten. Wanneer ik in ’t week-end met de fiets rijd, zie ik ook overal vlinders en bijen op de Oreganum die hier weelderig groeit in de beemden. Vorig jaar zag ik geen enkele vlinder of insect op mijn marjolein-veldje van pakweg 2 m². Omdat me opviel dat mijn planten toch net iets anders groeiden dan de wilde versie in de beemden, heb ik stekken genomen van wilde planten. Maar ook dit jaar is het nog niet direct de grote trekpleister voor vlinders: ik zie er wel heel veel zweefvliegen op vliegen, maar deed er wel de eerste waarneming van kleine vuuvlinder in mijn tuin. Twee weken warmte zorgen wel voor veel vlinders in de tuin: ik telde van ’t week-end 8 atalanta, 5 dagpauwogen, een tiental witjes, een landkaartje, een citroenvlinder, twee distelvlinders, het vuurvlindertje, een bosblauwtje, een icarusblauwtje en een kolibrivlinder. Geen echt overweldigende aantallen, maar toch bemoedigend na de verschrikkelijke natte en koude lentemaanden.

Wolbijterreur

Vorig jaar gaf ik al met een foto aan dat de Verbascum chaixii vooral ’s ochtends heel wat insecten lokt.  Op de foto zie je een typisch stukje bloem van de plant in de ochtend. Ik vermoed dat de afwezigheid van insecten later in de dag ook te maken heeft met de activiteit van de grote Wolbij. Ook die zijn dit jaar opneuw actief in de tuin, en één van de mannetjes heeft een extreem groot territorium afgebakent; alle vingerhoedskruid in de voortuin, alsook de Stachys ‘Hummelo’  én de Verbascum.Sommige van deze pollen liggen wel 10 m van mekaar verwijderd, en het mannetje vliegt steeds rond iedere pol om indringers te verdrijven, met de aanwezige vrouwtjes te paren en dan door te vliegen naar een andere pol van deze planten. De zweefvliegjes bovenaan de foto vallen me trouwens voor de eerste keer op in de tuin (ondanks de grote aantallen). Het zijn volgens mij slanke driehoekszweefvliegjes. zonnehoed