Jaar: 2019

Geur

Op een lijstje van sterk geurende tuinplanten trof ik Abelia triflora aan. Een plant die niet kende, maar verwant aan de vrij algemene Abelia grandiflora. Zou voldoende winterhard moeten zijn en een zeer goede drachtplant voor insecten. Mijn favoriete boomkwekerij had nog een exemplaar van de plant op voorraad, en dus kreeg deze een plekje toegewezen langs het tuinpad. De eerste bloemetjes gaan nu open, altijd spannend, want geur is iets persoonlijks. Zelfs met enkele, kleine bloemetjes is de geur redelijk aanwezig en lekker, maar die geur is niet direct een geur die ik met bloemen associeer. Ik kan de geur echter niet toewijzen…

Deinanthe bifida

Enkele jaren geleden kocht ik me een Deinanthe bifida x caerulea ‘Blue Wonder’. Deze  vaste plant is nauw verwant aan de Hydrangea, met mooi blad en zeer mooie, maar eerder klein uitgevallen bloemen.  De plant deed het hier goed, en kwam meerdere jaren betrouwbaar terug. Ik dacht dat ik de plant vorig jaar was kwijtgeraakt en toen ik vorige week een mooi exemplaar bij een kweker zag staan, besliste ik om toch nog eens een tweede poging te wagen. Groot was mijn verbazing toen ik vaststelde dat dat eerste exemplaar nog altijd in de tuin aanwezig was, en bovendien flink gegroeid. #beteropletten dus.

Droogte

De droogte van het voorbije jaar baart me, naast de zorgen die ieder weldenkend mens heeft rondom de impact van de klimaatopwarming, wat praktische beslommeringen. De nectartuin was een redelijk vochtig stuk tuin, maar vorig jaar transformeerde ook dit stuk tuin tot erg droog. Enkele aanbidders van drassige grond verloren wat terrein, zoals ook deze Lychnis flos-cuculi. Ik dacht eerst dat ik het plantje helemaal kwijt was, maar er staan toch nog een tiental exemplaren in de nectartuin. Verder lijkt 2019 ook geen topjaar voor mijn Astrantia’s en de  Sanguisorbia’s. Een drassige tuin die langzaamaan droger wordt,  maakt ook dat ik gekke combinaties in dit stuk van de tuin krijg, zoals Echinops /Perovskia (verkiezen droge grond) en Lythrum/Succisa (verkiezen drassige grond) die zij aan zij groeien. Op dit ogenblik gedijen ze beiden uitstekend, de toekomst zal wel uitwijzen wie het best aangepast is voor dit stukje tuin. Verder valt op dat , op de enkele uitzondering na die ik hierboven vermeldde , alles er hier uitstekend bij staat in de nectartuin. Zelfs de planten die …

(kam)Pioen

De eerste pioenen zijn sinds vorige week van de partij. De eerst bloeiende pioen is mijn tuin is P. delavayi, een boompioen die het uitstekend doet in de Fruitberg.  De struik heeft nu echt tientallen knoppen. Hommels zijn verzot op de bloemen. De Gele boompioen Paeonia lutea, bloeit veel bescheidener, enkele bloemknopen maar. Het blad van P. delavayi is ook mooier volgens mij. De eerste kruidpioen is P. ‘Early windflower’, een eenvoudige kruising tussen twee botanische pioenen. Dat is duidelijk te zien aan de groeiwijze en bloeiwijze van de plant, die erg natuurlijk aandoet. De plant groeit zeer snel in mijn tuin.

Thalictrum

Een genus dat echt wel bij mijn favorieten behoort. Het blad van Thalictrum heeft veel weg van dat van Akelei, het zijn dan ook verwante planten. Maar terwijl Akeleien laag blijven, kunnen sommige Thalictrum meer dan 2 m hoog worden, zoals ook deze ‘Elin’. Maar zelfs met die hoogte blijven het best bescheiden planten, die erg ‘transparant’ aandoen. De prachtige bloei is pas voor over enkele weken, ondertussen is het blad, dat nu al een meter hoog prijkt, best te pruimen.  

Amsonia

Een wat minder bekend geslacht van vaste planten, afkomstig uit Noord-Amerika met blauwe, stervormige bloemen. Ze hebben wat tijd nodig om een mooie pol te vormen, bloeien erg vroeg maar blijven ook nadien nog erg aantrekkelijk (mooi blad). Sommige Amsonia soorten hebben erg mooie herfstkleuren. De planten zijn zeer goed bestand tegen droogte, nog een pluspunt.

Minder plannen, meer improvisatie

Wanneer je een boek over tuinieren leest, of een tuinmagazine, wordt daarin steeds het belang van het plannen onderstreept. Terwijl een basisidee van wat je met je tuin wilt doen wel belangrijk is, wordt dat plannen toch allemaal een beetje overroepen. Ik maak meestal lijstjes van planten die geschikt zijn voor mijn tuin, maar ik kom steevast af met extra of andere planten, en dan begin pas na thuiskomst te kijken waar ik welke planten ga neerzetten. Het aantal keer dat ik ergens iets kocht waarvan ik na thuiskomst nog moest uitvogelen waar te planten zijn niet op één hand te tellen. In de tuin mogen een aantal planten ook min of meer hun ding doen. Akeleien hebben hier een soort diplomatieke immuniteit, en worden quasi nooit gewied. Maar ook de rode valeriaan op de foto hierboven mag gerust uitzaaien. Vaak maken die vrijbuiters erg leuke combinaties met de andere planten, dingen die ik zelf niet zou kunnen verbeteren. Ook Astrantia, Veronica, Pentaglossis, Origanum, Knautia, Hesperis, Verbena, Valeriana en Eupatorium morgen hier rondwandelen in de …