Jaar: 2017

Nectartuin

Nu ik geniet van mijn jaarlijks verlof, en de tenniselleboog me al wat minder hindert, kan ik werk maken van een aantal dingen in de tuin. Zo onder meer in de nectartuin. ’t Was er de voorbije dagen ’t perfecte weer voor. ’s Morgens 70 km fietsen, in de namiddag in de tuin werken. Enkele jaren geleden geleden schreef ik dat ik nooit een vlinderstruik (Buddleja) in de tuin zou aanplanten, vanwege het invasieve karakter van deze plant. Ondertussen stonden er hier al 5 planten uit dit geslacht in de nectartuin. Nu zijn drie van deze planten geen Buddleja davidii variëteiten (B. globosa, B. alternifolia en B. x ‘morning mist’), en dus an sich niet vermeld op de bewakingslijst van invasieve exoten in Belgë, maar de twee andere exemplaren zijn dus wel B. davidii (‘Royal Red’ en ‘Empire Blue’). En toch vind ik geen enkele zaailing van B. davidii meer in de tuin, omdat de struik bij de buren is gerooid en ik alle uitgebloeide bloemen wegknip, en zo zaadvorming vermijd. Gisteren voegde ik nog …

Bijsturing

Ik heb het hier al eerder geschreven, niet alles wat je uitprobeert in de tuin draait uit op succes. Soms is het vrij snel duidelijk dat een plant het ergens niet goed doet, soms komt een plant niet meer terug na de winter, in andere gevallen groeit de plant onvoldoende, of blijkt de plant de favoriete snack van slakken,…. Door de juiste plant op de juiste plaats te zetten, beperk je het risico, maar toch loopt het soms fout, omdat het ’s zomers te droog is , of ’s winters te nat. Je kan zo’n plant dan nogmaals op dezelfde plek uitzetten, maar dat heeft geen zin. De bodem aanpassen (toevoegen van grind, kiezel, …), waar wil ik niet aan beginnen. Wat ik wel soms probeer is de plant nog een tweede kans geven door hem elders aan te planten, maar als dat dan weer niet lukt, dan is die plant niet geschikt voor mijn tuin. Hesperis matronalis (Damastbloem) deed het hier 5 jaar uitstekend in de border, maar kwam dit jaar nog amper terug. …

Bijzonder (mooi) vliegje

Eigenlijk was het makkelijk om deze te identificeren,  het betreft Ectophasia crassipennis, een sluipvlieg die zelf leeft van nectar maar waarvan de jongen parasiteren op wantsen. Dit mannetje was wat aan ’t uitrusten op een nog niet bloeiende blauwe knoop, dat gaf me de tijd om enkele goede foto’s te maken. Het dier is blijkbaar redelijk algemeen, maar ’t is toch de eerste keer dat mijn lodderig oog dit beestje opmerkt.

Icarusblauwtje

Boomblauwtjes zie ik hier zowat altijd. Icarusblauwtjes heel wat minder vaak. Wanneer de beestjes vliegen is ’t verschil erg duidelijk, het Icarusblauwtje is veel feller blauw gekleurd. Zelf dit wijfje dat grotendeels bruine binnenvleugels heeft, heeft aan de basis van haar vleugels een stukje dat diepblauw gekleurd is (in vaktermijn spreken ze van een bestuiving), zoals je ziet op de foto hieronder (die verre van perfect is, maar ’t beestje had geen zin in een fotoreportage). ’t Is ook duidelijk te zien dat dit vlindertje al wat ouder is. Ook deze spaanse vlag is al wat ouder, de vleugels sluiten niet meer zo goed. Nu zie je duidelijk de rode ondervleugels, die niet te zien waren op de oudere foto’s.  

Salvia

Achter de woning staat een garage. Om ze met de auto te bereiken zou ik een oprit rond de woning moeten leggen (die dus door heel de tuin zou lopen). Niet dus. De auto’s staan gewoon buiten. De garage wordt voor belangrijkere dingen gebruikt: tuingereedschap, fietsen en ergens is ook nog een plaatsje voor de aanhangwagen die één keer per jaar gebruikt wordt. Maar die aanhangwagen moet wel in die garage geraken. Dus liet ik een stukje verharding over ter breedte van dat onding. Een ‘kaal’ vlak vol kasseien van bijna 20m². Dat stuk verharding is een doorn in mijn oog en wil ik al een tijdje op één of andere manier ‘aankleden’. Met planten in potten, meer bepaald vaste planten die het goed doen in potten en lang kleur geven. Daar gaan zeker enkele niet zo ‘typische’ potplanten tussen staan , zoals Eupatorium, Ecchinacea, Asters en Verbena, maar ook wel ‘klassiekers’ zoals Geranium en dus … Salvia. Enkele weken geleden bezocht ik een salviakwekerij. Aangezien deze planten in potten komen te staan moet ik …

Oever

Aan den oever van de vijver, ‘mijn’ twee kikkers.  Ze kwaken ’s avonds in koor, en dat valt wat mij betreft best mee. De vorm en de kleur van grootste doen me twijfelen of dit wel een gewone poelkikker is. Maar ik ben geen kikkerexpert, en van wat ik begrepen heb is het zelfs voor experts moeilijk om ze te determineren. Ik zal er niet wakker van liggen. Of misschien, wel; maar dan alleen letterlijk. Ik vermoed dat er volgend jaar meer dan 2 kikkers zullen vertoeven aan den oever, en dan ook heel wat meer kabaal gaan maken. Maar dat zullen we dan wel weer zien.    

Zweefvlieg

  De twee eerste foto’s zijn plaatjes van een langlijfje. Aan een nauwkeurigere determinatie waag ik me niet. In de nectartuin is Succisella inflexa aan ’t bloeien. De plant is familie van de blauwe knoop (Succisa pratensis) en is een trekpleister voor blinde bijen, het lijkt wel of alle blinde bijen alleen op deze planten foerageren. Van deze plant kocht ik me 2 jaar geleden 5 planten, de plant heeft zich erg vlot uitgebreid. Zweeft hier ondertussen nog altijd rond: hoornaarzweefvlieg. De voorbije dagen zag ik ook meerdere malen een echte hoornaar vliegen over de Eupatorium, maar die kon ik niet vastleggen. En dat is bovendien geen zweefvlieg, zou hier dus niet in dit lijstje mogen figureren. Eén van die hoornaars zag ik vandaag een prooi uit het web van een spin roven, waarbij de spin zelf veiligere oorden opzocht.    

Vlinders

De resultaten van de nationale vlindertelling waren dit jaar volgens mij veel minder gunstig dan de voorbije jaren. Natuurpunt heeft die nog niet gepubliceerd, ik ben benieuwd hoe Natuurpunt gaat communiceren dat er minder vlinders geteld werden dan vorig jaar maar dat het toch een uitstekend vlinderjaar is (en dus intrinsiek aangeven dat die vlindertelling als instrument nutteloos is, en voornamelijk een bewustmakingsactie is). Veel veelvoorkomende vlindersoorten (waaronder atalanta en dagpauwoog) piekten dit jaar begin tot midden juli (een pak vroeger door ’t warme voorjaar) en vanaf midden juli zag ik de hoeveelheid en diversiteit in vlinders in de tuin gestaag afnemen. De koolwitjes zijn nu duidelijk aan een nieuwe generatie toe en zijn op dit ogenblik de enige vlindersoort die ik in grote aantallen zie, waarbij ze ook dag na dag talrijker worden. De resultaten: Koolwitje 10 Boomblauwtje 5 Atalanta 3 Bruin zandoogje 2 Landkaartje 1 Dagpauwoog 1 Kolibrivlinder 1 Kleine vos 1 Gammauil 1 Bont zandoogje 1 Gehakkelde aurelia 1 Buxusmot 1 Wat me verder opvalt dit jaar: de vlinders lijken dit jaar …

Wespen

In de tuin zitten op dit ogenblik heel wat solitaire wespen. Veel van deze wespen worden aangetrokken door de Asclepias incarnata. Ik trof zowaar ook dit parend koppeltje aan. Dit zijn dus geen ‘papierwespen’ (de wespen die we allemaal kennen), maar solitaire wespen die zelf nectar eten en ofwel actief prooien vangen (solitaire bijen, vliegen, rupsen,…) voor hun larve (de wesp verdoofd de prooien, brengt ze in nestholtes onder en deponeert er een eitje in), ofwel parasiteren op andere solitaire bijen of wespen (zij leggen hun eitje in ’t nest van een andere bij of wesp). Op de foto hieronder zie je een solitaire wesp die een maskerbij als prooi heeft gevangen.

Snelle fiets

Iets meer dan een half jaar geleden schreef ik een stukje over mijn speed-pedelec. Het inschrijven van de fiets verliep al bij al redelijk vlot. Dat kon niet gezegd worden van de eerste ‘echte test’ van 50 km. Een fiets moet je instellen op je lichaam, en dat was een stap die ik was overgeslagen. Gevolg :  op een ritje van nog geen anderhalf uur reed ik mijn achillespezen aan flarden. Met een bezoek aan een gespecialiseerde ‘bikefitter’ (die op basis van camerabeelden de positie van het stuur, de hoogte van het zadel en afstand tussen zadel en stuur bijstelt), ontstekingsremmers én drie maand ‘revalidatie’ was dat euvel van de baan. Begin mei reed ik eindelijk een eerste keer met de fiets naar ’t werk. Ondanks een belabberde fysieke conditie (wegens 3 maand in de lappenmand met achillespeesontstekingen) deed ik de afstand in beide richtingen sneller dan me ooit tevoren lukte. Maar toen ik die avond thuis kwam, werd mijn enthousiasme opnieuw zwaar getemperd: een terugroepactie op de elektrische fiets wegens een constructiefout in de …